Naar homepage
standaard-boven
  Home   Search
Neuropsychologische veranderingen bij de ziekte van Parkinson

Een artikel van Lidy Tinselboer, Marria Wester en de werkgroep Parkinsonverpleegkundigen over neuropsychologische veranderingen bij de ziekte van Parkinson. Er word een onderscheid gemaakt tussen veranderingen van persoonlijkheid, emotie en gedrag, cognitieve stoornissen en psychiatrische stoornissen.

Veranderingen van persoonlijkheid, emotie en gedrag

  • Apathie
  • Initiatiefvermindering
  • Stemmingsverandering
  • Ontremd gedrag
  • Libido verandering (*1)
  • Emotionele vervlakking
  • Egocentriciteit
  • Moeite met relativeren
  • Dwangmatig

Cognitieve stoornissen

  • Aandacht-en concentratie-
  • stoornissen
  • Afname tempo informatieverwerking
  • Inzicht-/ overzichtbeperking
  • Waarnemingsstoornissen (zien, horen, ruiken)
  • Plannings-en organisatieproblemen*2
  • Beperkte probleemoplossing (*2)
  • Verminderde schakelvaardigheid (switchen)

Psychiatrische stoornissen

  • Stemmingsstoornissen (angst en depressie)
  • Hallucinaties/ wanen
  • Delier

(*1) Libidoverandering: te weinig libido meestal door de ziekte; teveel libido meestal door de medicatie. (*2) Stoornissen in planning en uitvoering van doelgerichte activiteiten ( doel formuleren, plan maken, plan uitvoeren en effect nagaan)

Bij duidelijke dementie denk je voornamelijk aan andere problematiek als

  • Diffuse Lewybody disease.
  • PSP
  • Vasculair Parkinsonisme
  • Gelijktijdig bestaande Alzheimer
  • NPH

Een persoonlijkheidsverandering is in feite een blijvende stoornis, die een verandering betekent van het vroegere, karakteristieke persoonlijkheidspatroon van betrokkene. Onder persoonlijkheid wordt verstaan "temperament en karakter". Met dit begrip wordt gedoeld op een bepaald activiteitsniveau, een tolerantie voor gevoelens, een mate van vitaliteit en een extraverte versus introverte aanleg. (Mcrae en Costa 1990, blz 23)

Begeleiding: de belangrijkste vorm van begeleiding is het observeren en inventariseren van de mogelijke persoonlijkheidsverandering. Indien nodig wordt een psycholoog of psychiater in consult gevraagd. Het is daarvoor nodig dat de begeleider een beeld heeft van de persoonlijkheid voor de ziekte. De begeleider kan met behulp van omgangsadviezen de gevolgen van de verandering verzachten.

Emotie: de patiënt die emoties niet meer zo intens kan beleven als voorheen maakt een onverschillige indruk. Door het maskergelaat lijkt het alsof de patiënt niet geïnteresseerd is. De partner moet tevreden zijn met eenrichtingsverkeer. Het komt ook voor dat emoties volgens de patiënt wel gevoeld worden maar niet meer op de gebruikelijke manier worden geuit. De emotionele verandering is voor de partner vaak zeer moeilijk te begrijpen en te verwerken.

De begeleiding bestaat uit uitleg geven aan de partner bijvoorbeeld over dat de mimiek niet aangeeft hoe de patiënt zich daadwerkelijk voelt maar dat hij wel geïnteresseerd is. Verder moet de partner leren erop te vertrouwen dat de relatie voor de patiënt toch van waarde is.

Gedrag staat onder invloed van persoonlijke eigenschappen, ervaringen, vaardigheden en attitude en ontstaat meestal in relatie met de omgeving. Veranderd functionerende gebieden van de frontaalkwabben kunnen gedragsveranderingen als passiviteit, initiatiefloosheid en decorumverlies veroorzaken. Ook egocentrisch, chaotisch en ontremd gedrag komt bij deze patiënten voor

Begeleiding: Het is belangrijk de verwachtingen aanpassen aan wat haalbaar is. Verder is het zinvol de patiënt structuur te bieden en hem te leren plannen te maken. Kritiek geven kan als bedreigend worden ervaren door het onvermogen die kritiek te relativeren. Kritiek wordt daardoor vaak als negatief ervaren. In enkele gevallen is behandeling met medicijnen noodzakelijk. Deze problemen kunnen ook ontstaan door de Parkinsonmedicatie. Het kan belangrijk zijn grenzen te stellen.

Aandachtsstoornissen uiten zich in een verminderd vermogen om de aandacht te richten, vast te houden, te verplaatsen of te verdelen. De patiënt uitleggen dat het beter is een ding tegelijk te doen in plaats van 2 dingen of meer tegelijkertijd. Aandachtsstoornissen kunnen ook leiden tot geheugenproblemen, waarbij het geheugen op zich niet gestoord is. Gebrek aan aandacht zorgt ervoor dat informatie niet goed wordt opgeslagen.

Begeleiding: Patiënt en omgeving attenderen op vermijden van dubbeltaken (bijvoorbeeld de telefoon uitschakelen tijdens het eten koken en de omgeving attenderen niet te storen. Vermoeidheid heeft een nadelige invloed op het vasthouden van aandacht. Zorg ervoor dat bij het uitvoeren van activiteiten de energie goed verdeeld wordt.

Een vertraagd tempo van informatieverwerking kan de indruk wekken dat er van dementie sprake is ( subcorticale dementie). De patiënt kan de gang van zaken niet bijhouden omdat het te vlug gaat.

Begeleiding: Wijs de patiënt en zijn naasten erop dat hij meer tijd nodig heeft om informatie te verwerken. Meer tijd en herhalen van informatie is dan zinvol. Ga na of de patiënt het begrepen heeft. Instrueer de omgeving: geef de patiënt de tijd en vermijd ruis! Deskundige hulp kan geboden worden door een psycholoog of een revalidatieteam.

Verminderd probleemoplossend vermogen en planning: problemen oplossen vergt het vermogen om informatie te selecteren, afwegingen te maken en dan te kiezen voor een oplossing. Wanneer het echter problemen betreft die de meeste mensen met gemak kunnen oplossen, is er sprake van een stoornis.

Begeleiding: Leer de patiënt allereerst zijn probleem te benoemen. Het is beter de patiënt te helpen het probleem te analyseren en gezamenlijk een strategie te bepalen waarmee het probleem kan worden opgelost. Vermijd dubbeltaken. Naast steun in de vorm van informatie is het belangrijk dat de patiënt zich begrepen voelt.

Psychiatrische stoornissen: een psychiatrische stoornis kan samengaan met de ziekte van Parkinson. Voor het bepalen van de aard en de ernst van de psychiatrische verandering is het van belang een beeld van het premorbide functioneren van de patiënt te krijgen. Psychiatrische stoornissen zijn onder andere psychosen (hallucinaties en wanen), depressie, dementie en delier.

Begeleiding: de behandeling is meestal medicamenteus. De ondersteuning van de naasten verdient extra aandacht. Daarnaast moet er onder meer aandacht besteed te worden aan het extern structureren van de leefsituatie van de patiënt.

Stemmingsstoornissen: veranderingen in de stemming, in de zin van bijvoorbeeld een depressie. Soms zie je dit enkel in de off-fase. Depressie onderkennen is van belang omdat depressie van invloed is op geheugenprocessen, toekomstplannen en therapietrouw.

Behandeling: is psychotherapeutisch en medicamenteus van aard.

Angststoornis: meestal gaat het om angst in combinatie met een langdurig gevoel van spanning. Deze combinatie komt vaker voor bij patiënten die tevens cognitieve defecten hebben, waardoor een goede integratie van gevoelens niet kan plaatsvinden. Soms zie je dit ook in de off-fase.

Behandeling: diverse vormen van psychotherapie gericht op cognitie kunnen waardevol zijn, waarbij over het algemeen medicamenteuze ondersteuning nodig is. De betrokkenheid van de partner is hierbij erg belangrijk.

Hallucinaties: definitie: hallucinaties zijn zintuiglijke ervaringen zonder aanwijsbare externe verklaring. Patiënt meent iets waar te nemen dat er in werkelijkheid niet is. Bij de ziekte van Parkinson zijn de hallucinaties voornamelijk visueel, patiënt ziet bijvoorbeeld insecten, dieren mensen of figuren. Vaak gaan aan de hallucinaties levendige dromen vooraf. Onderscheid tussen levendige dromen en hallucinaties zijn soms moeilijk te maken. Meestal is de realiteitstoetsing wel intact bij de ziekte van Parkinson.

Begeleiding: Het is belangrijk hallucinaties bespreekbaar te maken en de patiënt te vertellen dat dit regelmatig voorkomt bij de ziekte van Parkinson. Enerzijds kan het komen door het voortschrijden van de ziekte, maar ook de medicatie kan hier debet aan zijn. De arts kan de Parkinsonmedicatie minderen en eventueel een atypische antipsychoticum voorschrijven.

Wanen: definitie: Overtuiging (denkstoornis) zonder voldoende grond waaraan iemand blijft vasthouden ondanks bewijzen dat de gedachten onjuist zijn. De patiënt is achterdochtig (jaloersheidswaan, achtervolgingswaan) of denkt dat personen het op hem gemunt hebben.

Begeleiding: Bespreekbaar maken van de achterdocht en de patiënt vertellen dat dit door de ziekte maar ook van de medicatie kan komen. De arts kan de medicatie minderen of antipsychoticum voorschrijven.

Delier: definitie: het is een snel optredende ernstige verwardheid met wisselend gedaald bewustzijn dat zich uit in:

  • motorische onrust
  • waarnemingsstoornissen vb hallucinaties
  • aandacht en concentratiestoornis

 Delier wordt veroorzaakt door een organische stoornis en/of verandering:

  • infectie
  • veranderde omgeving bv ziekenhuisopname
  • stoppen medicatie en veranderingen in medicatie

Begeleiding: De patiënt een veilige omgeving en structuur bieden. De arts zal de oorzaak van eventuele infectie bestrijden, de Parkinsonmedicatie aanpassen en eventueel atypische antipsychotica of benzodiazepinen voorschrijven.

Lidy Tinselboer, Marria Wester en de werkgroep Parkinsonverpleegkundigen

 


Published: 03-03-2009
Number of views: 1026

Back
Neuropsychologische veranderingen bij de ziekte van Parkinson

Copyright V&VN 2007-  Reageer   Mail deze pagina   Terms Of Use    Privacy Statement       Login